Lees hier mijn verhalen

Vloed #2

Geachte leden van deze VN-klimaatconferentie,

 

Onze soort is bij de vorige vloed overgeslagen, en ook nog eens welbewust. Daar hebben wij houtwormen overigens alle begrip voor, want ons meenemen in een houten boot staat gelijk aan de kat vastbinden op je noodrantsoen aan spek. Op inventieve wijze hebben wij die watersnood overleefd. Ik laat achterwege hoe dat gelukt is, maar volsta met de mededeling: het was ternauwernood. Wij waren er belabberd aan toe. Gelukkig zijn er daarna wereldwijd langdurig zoveel bomen gekapt dat onze soort inmiddels blaakt van gezondheid. Wij zijn u daar dankbaar voor, ook al deed u dit uiteraard niet om ons in stand te houden.

Maar de volgende vloed, die ongetwijfeld binnen afzienbare tijd zal plaats vinden, biedt ons een totaal ander perspectief. De boten waarin de mensen dan zullen trachten te overleven zijn niet van hout. Dus is er geen reden de houtworm te weren.

Ik ben u overigens zeer dankbaar voor deze spreektijd, die ik tevens wil gebruiken om een houten lans te breken voor een afgedwaald familielid van ons: de boekenwurm.

Wij wijten het nog steeds aan de traumatische ervaringen rond de eerste vloed dat zij zich van ons afgescheiden hebben en hun eigen smaak hebben ontwikkeld, namelijk voor tot papier verwerkt hout. Helaas achtten zij zich daarmee superieur aan ons, zich beroemend op hun verfijnde smaak en hun geletterdheid. Maar gelukkig tonen zij al geruime tijd tekenen van inkeer, mede gestimuleerd door de opkomst van de e-reader, en verkennen zij weer het aloude, knagende gevoel van alledaags hout. Daarenboven delen zij bereidwillig met ons, hun verwanten, de wijsheid die zij eeuwenlang tot zich hebben genomen.

Rekening houdend met de impulsiviteit van de mens, die ons ooit bijna de kop kostte, verzoeken wij u vroegtijdig om een toezegging in deze. Noach weigerde ons in zijn kortzichtigheid niet uit vrees voor zijn boot, maar voor zijn wijnvaten. U kennende zult u evenzeer bij ingeving handelen, veel op z'n beloop laten, en tenslotte aangewezen zijn op wat u eigenlijk altijd al deed: ronddobberen en roepen dat het goed komt.

Er zijn overtuigende argumenten om ons deze keer wel mee te nemen. Door onze vorige vloedervaring kunnen wij u adviseren hoe planmatig te overleven. Een welkom advies, lijkt ons, aangezien u de vorige vloed in feite gewoon hebt uitgezeten. Bovendien, na deze vloed zal er wederom een overdaad aan dood hout zijn. Een reden te meer om ons mee te nemen, aangezien wij dan veel opruimwerk kunnen verrichten. Voorts bezitten wij een schat aan kennis, kennis die u in de waan van de dag terzijde hebt geschoven. Wij zijn de levende garantie dat die kennis dan weer kan worden aangewend tot nut van het algemeen. Mocht de mensheid zelf overleven, dan hebt u dus veel aan ons. Als dat onverhoopt niet zo is, dienen wij toch het hogere doel: werken aan een betere wereld - een doel dat u stelselmatig proclameert.

Ik vertrouw erop dat u ons houtwormen bij de komende vloed een gereserveerde plek op een van uw boten kunt en wilt toezeggen.

Tot slot dank ik u hartelijk voor uw onverdeelde aandacht voor deze kwestie van leven en dood.